
Chaja Polak: ‘Er was ooit een linkse, zachtaardige zionistische stroming’
We reizen de wereld rond, verzamelen verhalen en keren ermee terug naar huis. Welke plaatsen hebben een onuitwisbare indruk bij ons achtergelaten? Dit keer: schrijver Chaja Polak (83).
Den Haag, Nederland
‘In juli 1942, acht maanden na mijn geboorte, kwam de oproep voor Westerbork. Mijn ouders besloten onder te duiken, maar werden in april 1944 verraden en door Nederlandse agenten opgepakt. Door een vergissing – de Jodenjagers dachten een jongetje in plaats van een meisje te moeten arresteren – kon ik, net op tijd, door het verzet in veiligheid worden gebracht. Als een postpakketje werd ik in de maanden erna van het ene naar het andere adres gestuurd.
Mijn vader is na de dodenmars van Auschwitz naar Dachau bezweken. Mijn moeder heeft Auschwitz overleefd. Voor mij, zei ze. Dat had ze zichzelf ingeprent: ik moet terug om voor mijn kind te zorgen.
Ik groeide op in Amsterdam, tussen de gedeporteerden, met al hun verdriet, tussen de herinneringen aan onze vermoorde familieleden en vrienden. De oorlog was voortdurend aanwezig. En toch…
Toch heb ik warme, liefdevolle herinneringen aan mijn jeugd. Mijn moeder hertrouwde en ik heb veel van haar en de man die mijn tweede vader werd gehouden. Hoe ingewikkeld dat was – het voelde toch als een verraad naar mijn vader, op wie ik nog jaren vergeefs heb gewacht – is later pas echt tot me doorgedrongen. Net zoals het besef dat ik me verantwoordelijk voelde voor mijn moeders geluk. En dat onze band ook zó innig was omdat ik een leven lang bang ben gebleven opnieuw van haar gescheiden te worden.’
Dachau, Duitsland
‘De eerste keer ben ik met Nol (Van Dijk, haar tweede echtgenoot, overleden in 2008, AV) en mijn twee zonen in Dachau geweest. In januari dit jaar, toen ik in het Literaturhaus in München een lezing gaf over mijn boek Brief in de nacht, gedachten over Israël en Gaza, heb ik die plek, samen met mijn kleinzoon, nóg een keer bezocht.
Dachau is een gruwelijk kamp, met lage, witte gebouwtjes in een carré rondom een gigantische appèlplaats. Heel luguber, dat lege plein waar ooit duizenden en duizenden uitgemergelde mensen hebben gestaan. Ik wilde ernaartoe omdat mijn vaders as daar ligt, om bloemen en een steentje neer te leggen.
Ik weet niet hoe dicht ik in de buurt van het leed van mijn ouders durf te komen. Begrijp je dat? Ik lees nu een boek van Maurice Cling die in hetzelfde transport heeft gezeten als mijn vader. Ook hij heeft in januari 1945 die dodenmars van Auschwitz naar Dachau gemaakt. Midden in de winter. In zijn boek lees ik wat mijn vader moest doorstaan. Ik lees steeds een klein stukje, daarna moet ik wachten, op adem komen, voordat ik het boek weer kan openslaan.’
Kibboets Gonen, Israël
‘In 1961 wilde ik, voordat ik me echt ging settelen, uitzoeken of ik misschien wel in Israël zou willen leven – een van de weinige verstandige dingen die ik in mijn jonge jaren heb gedaan. Twee broers van mijn vader en een zus van mijn moeder waren er al voor de oorlog naartoe gegaan.
Wat ik me uit die tijd herinner is het onderling racisme tussen de Asjkenazische en Sefardische Joden, maar vooral de afwijzing van de Jiddische cultuur die ik door mijn moeder, en door ‘wie waren teruggekomen’ van haar familie en vrienden, had leren kennen. Ik hield héél erg van dat zachtaardige, mooie, wijze jodendom en kon me geen leven voorstellen waarin het bezit van grond en het zwaaien met vlaggen zo’n prominente rol speelt.
‘Ik kon me geen leven voorstellen waarin het zwaaien met vlaggen zo’n prominente rol speelt’
Er was, ooit, een linkse, zachtaardige zionistische stroming die kibboetsen opzette in samenwerking met Palestijnse dorpen en hun bewoners. Er was wederzijds respect, iedereen werd er beter van. Helaas heeft die stroming niet gewonnen. Als dat wél was gelukt, zou de Hamas-aanval op 7 oktober 2023 wellicht nooit hebben plaatsgevonden.
Wat sindsdien gebeurt is te gruwelijk voor woorden. Premier Netanyahu is bezig Israël over de rand van de afgrond te duwen. Het leger maakt zich – dat is onverdraaglijk – schuldig aan oorlogsmisdaden in Gaza en op de Westbank, er vinden etnische zuiveringen plaats, maar ik vind het vreselijk en onterecht hoe makkelijk het woord genocide in de mond wordt genomen. Amnesty International doet goed en belangrijk werk, ik heb de organisatie héél hoog zitten, echt waar, maar ik begrijp niet dat ze vorig jaar met een rapport naar buiten konden komen waarin werd geconcludeerd dat er sprake is van genocide. Laat het Internationaal Gerechtshof daarover oordelen, neem geen voorschot, rek de definitie niet op. Genocide is: bedenken hoe je een volk – de mensen, de taal, de cultuur – uitmoordt. Genocide is: bedenken hoe je een volk eerst nog als werkslaven kunt gebruiken voor je hen de gaskamers binnendrijft.
Ik verwarm me aan de goede wil die, ondanks alles, blijft bestaan
Er is een tijd voor en een tijd na die zevende oktober. Israël is voor mij ook het land geweest waar ik even niet tot een minderheid behoorde. De mensen daar op straat leken op mijn ooms, mijn moeder, op mij. Ik zou er graag nog eens heen gaan, maar het contact met de familie daar is moeizaam. Mensen zijn depressief, wanhopig en bang. Gelukkig zijn er ook mooie vredesinitiatieven, pogingen om gesprekken tussen Palestijnen en Joden, ondanks alles, op gang te brengen. Ik ben nog te zeer geschokt, te weinig hoopvol over de situatie in de wereld, maar verwarm me wel aan de goede wil die, ondanks alles, blijft bestaan.’
Auschwitz-Birkenau, Polen
‘Mijn moeder was, als voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, al vaker in Birkenau geweest. Op een dag ging ik met haar mee. Ik was begin 40, denk ik. De zon scheen, overal bloeiden bloemen.
“Toen lag er alleen modder”, zei mijn moeder.
Hoe kan ik omschrijven wat er door me heen ging? Ik… Het was mooi om daar met haar te zijn, laat ik het daarop houden. Dit is geen verhaal voor maar duizend woorden. Ik denk dat je getuigenisliteratuur zou moeten lezen om ook maar iets te kunnen begrijpen van al het leed dat toen is aangericht.’
Brief in de nacht, gedachten over Israël en Gaza van Chaja Polak verscheen in 2024 bij uitgeverij Cossee